Toen Pascalle Grotenhuis en Garance Reus-Deelder elkaar tegenkwamen in een vluchtelingenkamp in Zuid-Soedan, voelde dat een beetje onwerkelijk. Nu, herenigd in Den Haag, kijken ze terug op dat moment - en op hoe het Dutch Relief Alliance uitgroeide tot een even wendbaar als ambitieus samenwerkingsverband.
Het is een warm weerzien tussen Pascalle Grotenhuis en Garance Reus-Deelder in een kantoor op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze duiken meteen in een geanimeerd gesprek over een ontmoeting die ze een jaar eerder hadden, op de meest onwaarschijnlijke plek: een vluchtelingenkamp bij Malakal, Zuid-Soedan, aan de grens met Soedan. Garance, voorzitter van de Raad van Toezicht van het Dutch Relief Alliance (DRA) namens Plan International, was daar op bezoek bij de Joint Response.
Garance: “Het was zo'n apart moment: in de hitte en chaos van een overvol vluchtelingenkamp ... keek ik op en daar was je!”
Pascalle Grotenhuis, Directeur-generaal Internationale Samenwerking bij het ministerie van Buitenlandse Zaken: “Ja, het was onwerkelijk! Ik was net geland in dit kleine vliegtuigje. Ik was zo getroffen door de plek - door het enorme aantal vluchtelingen dat vanuit Soedan over die woeste rivier was gevlucht en daar terecht was gekomen. Bij de ingang hing een whiteboard waarop de aantallen in detail waren opgesomd. Dat raakt je echt... En opeens was je daar”.”
Daarna bezochten de twee samen het South Sudan Joint Response-programma dat jonge meisjes in het kamp ondersteunt bij het leren van een vak en het vergroten van hun zelfredzaamheid.
Pascalle: “Je ziet echt het verband tussen humanitaire actie en ontwikkeling. Het kamp is bedoeld als tijdelijk, maar mensen blijven er uiteindelijk jaren. Dat is precies waar de Joint Response jonge meisjes de kans geeft om vaardigheden te leren - naaien, ondernemerschap - en dat biedt echt perspectief.”
Was er een moment dat je echt raakte?
Pascalle: “Zeker weten. Een meisje - ik geloof dat ze Mary heette - kwam naar me toe en vroeg of ze haar eigen naaimachine mocht hebben.”
Garance: “Ik herinner me dat moment nog zo goed. Ondersteuning bieden die echt past bij iemands behoeften is ongelooflijk belangrijk. Maar het kan een uitdaging zijn om dit in de praktijk te realiseren.”
Pascalle: “Ja, omdat ze zo duidelijk uitlegde waarom ze het nodig had: ze had een vaardigheid, wilde groeien, haar werk verkopen, op eigen benen staan. Dat ontroerde me echt. Het liet me zien dat hoop niet iets abstracts is - het is echt, iets heel tastbaars.”
Wat definieert DRA voor jou?
Pascalle: “Voor mij is het de band met het ministerie. Wat begon als een initiatief is nu een volwaardig strategisch partnerschap. We zijn elkaars verlengstuk geworden en werken aan dezelfde doelen. Het is solide, zelfs toekomstbestendig. Andere landen - Zweden, Spanje, Zuid-Korea - kijken met belangstelling naar ons model. En terecht.”
Garance: “Ik voel hetzelfde. Het gaat veel verder dan een financieringsrelatie. Onze samenwerking strekt zich uit over verschillende gebieden. Gisteren nog hadden we hier op het ministerie een vergadering over de strategie voor humanitaire hulp in de context van stabiliteit, veiligheid en ook over humanitaire toegang. Ambassades spelen een sleutelrol. In de afgelopen tien jaar hebben we een soort ecosysteem opgebouwd... waar we elkaar snel kunnen vinden. Neem Gaza - ondanks de bijna onmogelijke politieke context lukt het ons om humanitaire hulp te bieden. We blijven samenwerken om weer toegang te krijgen en levensreddende hulp te bieden. Dat werkt alleen als er wederzijds vertrouwen is.”

Je zei ‘strategisch partnerschap’. Wat maakt het strategisch?
Pascalle: “Ik denk dat het meest strategische element het lokalisatieproces is... de Dutch Relief Alliance kanaliseert ongeveer 40% van het budget via lokale organisaties?”
Garance: “Ja, en in sommige landen zelfs meer dan 50%.”
Pascalle: “Op het ministerie - en ook in de politieke arena - zien we lokalisatie als enorm belangrijk.”
Garance: “Absoluut essentieel. Vooral nu de situatie in zoveel landen zo onstabiel is. Ik zou eigenlijk op dit moment in Soedan zijn - de grootste vergeten crisis, als je het mij vraagt - maar de reis werd op het laatste moment geannuleerd. Een week geleden leek alles nog stabiel, en toen opeens: Port Sudan werd aangevallen. Brandstofdepots opgeblazen, vliegvelden gesloten. Het is een vluchtige omgeving en dat betekent dat je wendbaar moet zijn en risico's moet nemen. En je kunt alleen wendbaar zijn met flexibele, meerjarige financiering - anders herschrijf je je plannen telkens als er iets verandert. En dat werkt alleen als de donor je vertrouwt.”
Pascalle: “Dat vertrouwen is er zeker.”
Garance: “En over lokalisatie - onze Joint Response in Sudan is de afgelopen jaren doorgegaan, ondanks alle onrust en geweld. Hoe? Omdat we ongelooflijk sterke Soedanese partners hebben die consequent de ruimte krijgen - van ons en van het ministerie - om mee te bewegen met de verschuivende vluchtelingenpopulaties, om opnieuw te beginnen, om hun activiteiten aan te passen.”
Pascalle knikt: “Dat vertrouwen is gegroeid omdat we open gesprekken hebben: we praten over dilemma's, over wat goed gaat en wat niet. We vinden elkaar snel - telefonisch of via WhatsApp.”
Garance: “Daardoor kunnen we snel reageren. Na de recente aardbeving in Myanmar konden we bijvoorbeeld binnen 72 uur beginnen met het leveren van ondersteuning.”
Pascalle: “En dat is een enorme overwinning voor ons - en ook politiek. De minister kan opstaan in het parlement en zeggen: door ons strategisch partnerschap zijn we ter plaatse.”
Is dit uniek?
Pascalle: “Het is een uniek partnerschap. We kunnen hier ook van leren voor andere gebieden, we kunnen bijvoorbeeld een DRA gebruiken voor SRGR in de Sahel.”
We hebben het net gehad over de brug tussen noodhulp en ontwikkeling. Wat zijn uw gedachten daarover?
Garance: “Die lijn vervaagt - en terecht. Noodhulp is zelden meer van korte duur. In het begin ondersteun je mensen die onderweg zijn met voedsel, water en onderdak. Maar veel ontheemden blijven uiteindelijk jarenlang in kampen. Je moet perspectief bieden. Ook dat is onderdeel van het humanitaire mandaat - mensen helpen een stabiele toekomst op te bouwen. Dat betekent ook gemeenschappen voorbereiden op toekomstige crises. Veerkracht opbouwen.”
Is het een dilemma dat dit deel van de hulp niet zichtbaarder is?
Pascalle: “Absoluut. Je wilt niet per se een Nederlandse vlag planten op de plek van een ramp, maar je wilt wel aan de belastingbetaler laten zien wat we doen en waarom. Het gaat tenslotte om publiek geld. Op het ministerie denken we hard na over hoe we ons beleid kunnen communiceren. Niet alleen aan politici, maar ook aan belastingbetalers, aan een breder publiek. We willen het bredere publiek bereiken en verhalen over ontwikkelingssamenwerking plaatsen, bijvoorbeeld in wijdverspreide Nederlandse lifestylebladen als Libelle en Margriet.”
Tot slot: u zei dat andere landen geïnteresseerd zijn in het DRA-model. Welk advies zou u hen geven?
Pascalle: “Ga in het begin samen zitten. Praat open over het delen van risico's, over jullie gezamenlijke agenda en wat jullie van elkaar verwachten. Wees eerlijk over twijfels en dilemma's.”
Garance: “En maak er niet één jaar van. Ga voor vijf of tien jaar. Dat maakt het een echt partnerschap.”
Pascalle: “Ja, DRA is daar het levende bewijs van.”
Lees meer verhalen in onze “10 jaar Dutch Relief Alliance in 10 verhalen”publicatie.
Foto: Pascalle en Garance in Zuid-Soedan - 2024
Red de kinderen
Laan van Nieuw Oost-Indië 131-k
2593 BM Den Haag
Nederland
Organisatie als voorzitter: ZOA
E: office@dutchrelief.org