Een gezamenlijke verklaring van Partos, Goede Doelen Nederland, Dutch Relief Alliance en SHO/Giro555.
Het nieuws van de afgelopen weken over misbruik door hulpverleners heeft onze sector diep geraakt. Dergelijk gedrag is onacceptabel - het gaat in tegen alles waar we voor staan en schaadt het vertrouwen van het publiek in ons werk.
Elke dag werken duizenden hulpverleners keihard om ongelijkheid wereldwijd te bestrijden en slachtoffers van rampen en oorlog te ondersteunen. Hun werk is - in tijden van aanhoudende conflicten, armoede, toenemende gevallen van ernstige natuurrampen en meer dan 65 miljoen mensen die wereldwijd gedwongen ontheemd zijn - belangrijker dan ooit.
Hulpverlening vindt plaats in extreem moeilijke en vaak chaotische omstandigheden waar mensen zeer kwetsbaar zijn - het is dus van het grootste belang dat hulpverleners hun werk op een integere manier doen. Van hulporganisaties mag dan ook verwacht worden dat ze er alles aan doen om uitbuiting en misbruik te voorkomen, dat ze in dergelijke gevallen de nodige maatregelen nemen en dat ze direct transparant zijn over alle gebeurtenissen en genomen maatregelen.
In de afgelopen decennia zijn al verschillende maatregelen genomen om deze doelen te bereiken. Het Core Humanitarian Standard-initiatief, dat wereldwijd door hulporganisaties wordt onderschreven, biedt duidelijke richtlijnen. Partos - de Nederlandse ledenorganisatie voor organisaties die werkzaam zijn in de internationale ontwikkelingssamenwerking - handhaaft een verplichte gedragscode voor lidorganisaties. Daarnaast houdt het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF) in Nederland toezicht op de NGO-sector om strikte kwaliteitseisen af te dwingen.
Individuele hulporganisaties handhaven hun eigen gedragscodes en maken gebruik van vertrouwenspersonen en interne meldpunten. Werknemers moeten een Verklaring Omtrent Gedrag overleggen (een officiële verklaring waarin staat dat iemands gedrag in het verleden geen belemmering vormt voor het uitvoeren van een specifieke taak) en trainingen volgen.
Toch worden deze bestaande maatregelen in sommige gevallen niet altijd voldoende nageleefd. Dit is de reden waarom hulporganisaties hun bestaande beleid en mechanismen voortdurend evalueren en waar nodig aanpassen.
Daarnaast zijn we als sector gezamenlijk op zoek naar verbeterpunten voor zowel preventie als reactie op dergelijke gevallen van uitbuiting en misbruik. Het is noodzakelijk dat het bestaande beleid wordt nageleefd. Dit betekent streng toezicht op de naleving van bestaand integriteitsbeleid; betere achtergrondcontroles; meer transparantie over bestaand beleid en incidenten van misbruik binnen organisaties; en het delen van best practices.
Iedereen moet ook weten waar en hoe ze incidenten van uitbuiting en misbruik kunnen melden. We onderzoeken de mogelijkheid om meldpunten op te zetten in crisisgebieden. Op deze manier kunnen organisaties sneller en nadrukkelijker reageren op beschuldigingen van misbruik.
We zullen deze kwesties binnenkort bespreken met de Nederlandse minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Sigrid Kaag. In de tussentijd voelen we ons gesterkt door de vele steunbetuigingen die we hebben ontvangen. Veel mensen blijven het belang inzien van noodhulp en ontwikkelingssamenwerking. Het werk van hulporganisaties op deze gebieden is immers van levensbelang - en dus onmisbaar.
Partos, Dutch Relief Alliance (DRA), Samenwerkende Hulporganisaties (SHO/Giro555) en Goede Doelen Nederland.
Red de kinderen
Laan van Nieuw Oost-Indië 131-k
2593 BM Den Haag
Nederland
Organisatie als voorzitter: ZOA
E: office@dutchrelief.org